Jay (SL)
Jay is 22. Hij woont bij zijn tante in Bo, want tijdens de oorlog verloor hij zijn ouders en naast deze tante kent hij geen andere familieleden die hem kunnen onderhouden. Zijn tante is lerares en heeft een mager salaris, bovendien heeft zij nog zes andere monden te voeden. Jay is er als laatste bij gekomen en bovendien kende hij zijn tante voorheen niet. In ruil voor onderdak en een maaltijd per dag moet Jay iedere dag zwaar huishoudelijk werk doen. Zijn tante is erg aardig en bedoelt het niet slecht, maar toch zijn de omstandigheden waarin Jay leeft bar. Hij is dagelijks twee uur kwijt aan water halen, daarnaast houdt hij het huis schoon en helpt hij bij de verzorging van de kleinere kinderen in het huishouden.
Hoewel zijn situatie erbarmelijk is, mag Jay blij zijn dat hij onderdak bij zijn tante heeft gevonden. Hij is van zijn dorp naar de stad gekomen om te proberen scholing te krijgen. In zijn dorp waren hier helemaal geen mogelijkheden toe. Gelukkig vond hij de tante, want buiten haar om kent Jay niemand in Bo.
Toen hij zes jaar oud was werd Jay’s dorp aangevallen door de rebellen. Eén van de tacieken van de rebellen was dorpen te overvallen en de jonge mannen en kinderen te dwingen zich bij hen aan te sluiten. Jay’s vader was nog erg jong en de rebellen probeerden hem in te lijven, maar Jay’s vader weigerde en werd daarop vermoord. Jay werd gevangen genomen en als kindsoldaat ingezet bij de gevechten. Jay deed verschillende ontsnappingspogingen. Op een dag slaagde hij erin aan te rebellen te ontkomen, maar hij liep daarbij wel in de armen van de andere strijdende partij, de Kamajors. Hij vocht in totaal bijna tien jaar bij deze twee verschillende legers. Jay is verbitterd over zijn deelname aan de oorlog. Hij heeft lichamelijke verwondingen opgelopen waar hij nog steeds veel last van heeft en daarnaast heeft hij nare herinneringen aan de gewelddadigheid van de oorlog. Hij is echter wel trots op het feit dat hij zich staande heeft weten te houden en nu nog steeds sterk genoeg is zijn doelen na te streven.
Toen de oorlog net afgelopen was, raakte Jay op het criminele pad. Maar het straatleven deed hem teveel denken aan het ‘bush-bestaan’ tijdens de oorlog, en bovendien wil hij iets bereiken in zijn leven. Hij was vastbesloten naar school te gaan, maar dat was nog niet makkelijk aangezien hij door de oorlog feitelijk geen enkele scholing had gehad.
Intussen heeft hij het op eigen kracht weten te schoppen tot de eerste klas van de bovenbouw op de middelbare school. Na dit jaar heeft hij nog twee jaar voor de boeg. Wat hij daarna wil gaan doen weet Jay nog niet. In principe kan hij niet zo ver vooruit kijken. Hij leeft van semester tot semester, omdat hij nooit weet of hij zijn schoolgeld wel zal kunnen betalen. Hij volgt de richting commercie, en ergens ziet hij het cijfermatige aspect van de economie wel zitten. Er zit in ieder geval een verzekerde boterham in, maar hoe en wat, dat moet nog even wachten totdat hij de middelbare school heeft afgerond.
Jay is erg ingetogen. Hij zit duidelijk met zijn aandeel in de oorlog, maar ook de uitzichtloosheid van zijn leven nu zit hem dwars. Hij kan de oorlog op zich achter zich laten, zegt Jay, maar het verwoestende effect die de oorlog op zijn leven had maakt hem enigszins verbitterd. Hij kijkt altijd ernstig, maar als hij ontdooit heeft hij de meest lieve lach die je je kan bedenken. Het duurt bij Jay even voordat je zijn vertrouwen krijgt. Hij kijkt de kat uit de boom, maar als hij eenmaal begint te praten, houdt hij ook niet meer op. Hoewel hij aan de ene kant sterk en hard kan zijn, is het ook een hele zachte jongen, jonger dan zijn leeftijd en heeft hij heel hard iemand nodig die van hem houdt en voor hem zorgt. Gezien zijn 20 jaar zit dat er helaas niet in. Zijn ouders komen niet meer terug en er zijn niet genoeg mensen met geld die ruimte hebben voor een jongen als Jay. Het zou voor Jay daarom leuk zijn contact te hebben met mensen uit Nederland.
In zijn eigen woorden:
"On the 23rd March 1991, Sierrd to as the Revolutionary United Front (RUF) started the incursion. Sierra Leone has experienced a conflict from Liberia into a town called Bomaru in the eastern border of my country. A group of rebels referre Their aim was to overthrow the corrupt government of the All Peoples Congress (APC) which had ruled Sierra Leone since 1968. A decade of violence that devastated the country. This was brutality against civilians. Throats were cut off, pregnant women undergoing brutal surgical operation by the rebels, killing people at random, men and women and children being amputated. Rebels asking sons to have sexual intercourse with their biological mothers. Houses were burnt down, while people were indoors. People’s limbs were amputated.
As the war continued, more than 10.000 people were killed. Those who survived lost their loved ones, their homes and some other properties.
On the 2nd April 1993 the war finally reached my chiefdom and our village was attacked by a group of boys called Revolutionary United Front (RUF). Their main aim was destruction of lives and properties, recruitment of children as combatants. The most interesting part was decisionmaking and my family was captured during this time, my father was killed because he refused to join. I was also given the option either to join them or being killed. To avoid the killing I finally join them in order to save the lives of my people.
I believed God was with me even though we entered town to town. As a young boy of 15, I automatically became a dropout and my life became miserable. I had four brothers and two sisters and I am the eldest. As the story continued our village was totally destroyed and I seriously started facing bitterness after the ten years. I decided to go back to school. I thank God for my life even though I am poor I am still fighting to achieve my goal. Believe me, the story of my life is more than a slave in a wicked masters house."






